ONDERZOEKSLIJN 3

LOKALE AUTONOMIE EN LOKALE VERANTWOORDELIJKHEID

De onderzoekslijn rond lokale autonomie en lokale verantwoordelijkheid verwijst naar de cruciale rol van de lokale besturen in het Vlaamse overheidsbestel. De drie gedefinieerde thema’s rond ‘financieel vermogen en verantwoordelijkheid’, ‘ambtelijke capaciteit’ en ‘bovenlokale samenwerking’ bieden onderzoekscapaciteit om de bestuurskracht van lokale besturen te verhogen en hun wendbaarheid, klantgerichtheid en innovatievermogen te versterken als volwaardige partners van de Vlaamse overheid.

PROJECT 1
Financiële verantwoordelijkheid
ONDERZOEKSLIJN 3
Lokale autonomie en lokale verantwoordelijkheid
THEMA 1
Financiën
PROJECT 2
Financiële verhoudingen - Impact financieringsstromen op lokale beleidsregie
PROJECT 3
Financiële verhoudingen - Impact verfondsing sectorale financiering op lokale beleidsdynamiek
THEMA 2
Ambtelijke capaciteit
THEMA 3
Bovenlokale en stadsregionale arrangementen
PROJECT 4
Ambtelijke capaciteit bij lokale besturen
PROJECT 5
Capaciteit voor en door bovenlokaal sociaal beleid
PROJECT 6
Bovenlokale en stadsregionale arrangementen

PROJECT 1:

FINANCIËLE VERANTWOORDELIJKHEID

Het vergroten van de lokale autonomie en het afbouwen van de externe verantwoording veronderstelt dat lokale besturen op een (democratisch) verantwoorde manier zelf op zoek gaan naar manieren om steeds complexere maatschappelijke vraagstukken het hoofd te bieden. Het is dan ook normaal dat vanuit een decentralisatietendens aan een modern organiek kader op basis van de principes van democratische controle en ‘goed bestuur’ wordt gewerkt, waarbij de verdere ontwikkeling en professionele invoering van een beleids- en beheersinstrumenten in het algemeen, en de BBC in het bijzonder centraal moeten staan. De bredere ambitie is dan ook om vanuit dit onderzoeksproject na te gaan in welke mate het bestuurlijke kader de lokale besturen in staat stelt om met deze grotere verantwoordelijkheid om te gaan, en hoe of onder welke voorwaarden dit kan gebeuren.

 

         KU Leuven Instituut voor de Overheid en vakgroep Publieke Governance, Management en Financiën (UGent)

         Prof. Dr. Johan Christiaens (UGent), Prof. Dr. Geert Bouckaert (KU Leuven), Christophe Vanhee (UGent) & Mattias Stepman (KU Leuven)

PROJECT 2:

FINANCIËLE VERHOUDINGEN: IMPACT FINANCIERINGSSTROMEN OP LOKALE BELEIDSREGIE

In heel wat beleidsdomeinen voeren de lokale besturen de lokale regie. Regie betekent dat het lokale bestuur de beleidsdoelstellingen bepaalt en de lokale beleidsnetwerken aanstuurt. Het lokale beleid wordt echter niet alleen gemaakt door actoren van de lokale besturen. Ook centraal gesubsidieerde instellingen spelen lokaal een belangrijke rol. Denk hierbij aan scholen, huisvestingsmaatschappijen, welzijnsorganisaties, edm. Deze lokale, niet gemeentelijke actoren worden geconfronteerd met diverse doelstellingen en regelingen van zowel het lokale en het Vlaamse of federale niveau. Deze diverse doelstellingen en regelingen kunnen dan ook conflicterend zijn. Dit project onderzoekt in welke mate doelincongruentie in financieringsstromen een impact heeft op lokale regie en hoe we lokale regie eventueel kunnen versterken, indien dat politiek gewenst is.

Wat deze studie echter uniek maakt, is de focus op de financieringsstructuren. De sectorale financieringsvoorwaarden voor centrale actoren die lokaal actief zijn, hebben mogelijk een andere beleidslogica dan wat het lokale bestuur voorstaat. Dit onderzoek bestudeert het coördinatievraagstuk dat ontstaat wanneer centrale financieringsstromen en lokale beleidsregie met elkaar moeten worden afgestemd. We bestuderen dus de impact van sectorale financieringsstromen op de regie van het lokale bestuur.

De doelstelling van dit onderzoek is om voorstellen te doen om de lokale regiefunctie van het lokale bestuur(eventueel) te versterken. We willen zo de politieke keuze ook scherper krijgen. Het is immers niet noodzakelijk zo dat sectorale financieringsvoorwaarden onzinnig of ongewenst zijn. Dit is een politieke afweging. Als men echter kiest voor lokale regie, moeten de lokale besturen de instrumenten hebben om dit te kunnen realiseren. Het is trouwens niet zo dat alle problemen van lokale regie noodzakelijk terug te brengen zijn tot doelincongruentie. Door een gebrek aan coördinatie kunnen problemen ontstaan in bijvoorbeeld de inhoud en de timing van de rapportering zonder dat de doelstellingen van het centrale en het lokale niveau tegenstrijdig zijn. We willen dus komen tot beleidsaanbevelingen om financieringsstromen naar lokale besturen en actoren op mekaar af te stemmen om de lokale regiefunctie (en dus de lokale beleidsautonomie) te versterken.

         Onderzoeksgroep Management en Bestuur (UAntwerpen)

         Prof. Dr. Wouter Van Dooren (UAntwerpen) & Jolijn De Roover (UAntwerpen)

PROJECT 3:

FINANCIËLE VERHOUDINGEN: IMPACT VERFONDSING SECTORALE FINANCIERING OP LOKALE BELEIDSDYNAMIEK

Het planlastdecreet integreerde sectorale subsidies in het gemeentefonds. De verfondsing van doelsubsidies is een goede empirische context om de impact van financieringsmodellen op lokaal beleid te onderzoeken. Momenteel is er enerzijds de vrees van sectoren dat de verfondsing zou leiden tot het verwateren van de aandacht van lokale besturen voor de sectorale doeleinden. Ook is er de vrees dat vernieuwing en innovatie zullen verdwijnen wanneer ook de sectorale sturingsimpulsen zouden verdwijnen. Tegenover de sectorale claims staat de visie van de sector binnenland (en de lokale besturen) dat meer autonomie zal leiden tot meer lokaal maatwerk en minder administratieve last. De verfondsing laat nu toe om dit debat te objectiveren met onderzoek.

De doelstelling van dit onderzoek is bewijs te leveren voor de impact van financiering door subsidies of door fondsen. Heeft de verfondsing van sectorale subsidies geleid tot een ander beleid op het lokale niveau. Zijn middelen verschoven naar andere beleidsdomeinen? Doen lokale besturen andere dingen of bouwen ze voort op routines? Is het lokale beleid innovatiever of net niet? Komen er middelen vrij die voorheen aan rapportering werden besteed? Zo ja, hoe worden die aangewend? Het antwoord op deze vragen kan zo het toekomstige financieringsbeleid mee onderbouwen.

         Onderzoeksgroep Management en Bestuur (UAntwerpen)

         Prof. Dr. Wouter Van Dooren (UAntwerpen) & Jolijn De Roover (UAntwerpen)

PROJECT 4:

AMBTELIJKE CAPACITEIT BIJ LOKALE BESTUREN

De afgelopen jaren ervaren steeds meer lokale besturen een grotere druk, zowel op het vlak van beleid als beheer. Die druk komt onder meer voort uit complexer wordende lokale beleidsuitdagingen, maar ook door toenemende decentralisatie vanuit de Vlaamse overheid naar de lokale besturen. Deze ontwikkelingen zijn de aanleiding voor het centrale thema van lokale ambtelijke capaciteit. Cruciale vragen die in dit project centraal staan zijn dan ook in welke mate lokale besturen over voldoende ambtelijke capaciteit beschikken voor hun takenpakket en wat de hogere of lagere capaciteit helpt te verklaren.


Doelstelling van dit project is nagaan hoe de factoren schaal, personeelsbestand, financiële middelen, leiderschap (ambtelijk) en politiek-ambtelijke verhoudingen bijdragen aan de ambtelijke capaciteit op vlak van beleid en beheer in de Vlaamse lokale besturen, hoe deze factoren inwerken op elkaar en hoe de lokale ambtelijke capaciteit versterkt kan worden.

         Vakgroep Publieke Governance, Management en Financiën (UGent)

         Prof. Dr. Joris Voets (UGent), Bram Van Haelter (UGent) & David Vos (UGent)

PROJECT 5:

CAPACITEIT VOOR EN DOOR BOVENLOKAAL SOCIAAL BELEID

Reeds verscheidene jaren is er de beleidskeuze om de bevoegdheden en autonomie van lokale besturen te versterken. De aanname van deze beleidsdoelstelling is dat lokale besturen het best geplaatst zijn om te beslissen welke richting het bestuur moet uitgaan in functie van een optimale dienstverlening voor de burger. Deze opvatting ligt in de lijn van internationale ontwikkelingen op het vlak van binnenlands bestuur. Een cruciale voorwaarde om de doelstelling van meer autonomie daadwerkelijk te realiseren is dat de lokale besturen ook over de nodige capaciteit beschikken om hun opdrachten te vervullen. Het is deze capaciteit (i.h.b. ambtelijke capaciteit) die de focus van dit onderzoek vormt.


Ambtelijke capaciteit van lokale besturen kan gedefinieerd worden als: Het vermogen van het ambtelijk apparaat om de beleidsvoorbereiding, -uitvoering en -evaluatie in het kader van beleidsdoelstellingen van het lokaal bestuur te ondersteunen en op die manier de bestuurskracht van het lokale bestuur te versterken (Deprez et al, 2018). De capaciteit van een lokaal bestuur verwijst dus zowel naar haar ‘potentie’ als naar de ‘act’, naar het hebben alsook naar het aanwenden van middelen (Van Orshoven & De Peuter, 2015). In het kader van dit onderzoek wordt capaciteit aan de hand van drie dimensies omschreven: (1) beleids- en beheerscapaciteit, (2) interne en externe capaciteit en (3) strategische en operationele capaciteit (Deprez et al, 2018).

Dit project heeft als doelstelling na te gaan hoe de interactie tussen bovenlokale samenwerking en capaciteit op het vlak van lokaal sociaal beleid is. 

         KU Leuven Instituut voor de Overheid

         Prof. Dr. Annie Hondeghem (KU Leuven), Prof. Dr. Trui Steen (KU Leuven), Dr. Jolien Vanschoenwinkel (KU Leuven) & Elien Diels (KU Leuven)

PROJECT 6:

BOVENLOKALE EN STADSREGIONALE ARRANGEMENTEN

Dit onderzoeksproject start vanuit de vaststelling dat in steeds toenemende mate maatschappelijke uitdagingen vanuit een stadsregionale bril worden bekeken. In veel Vlaamse beleidsdomeinen worden stadsregio's naar voor geschoven als relevante schaal om complexe problemen aan te pakken (zie onder andere recente ontwikkelingen binnen mobiliteit, zorg, ruimtelijke ordening, sociaal-economisch beleid, ...). Vanuit dit onderzoeksproject  worden scenario's ontwikkeld om de haalbaarheid, zinvolheid en gevolgen van verschillende bestuurlijke alternatieven voor de beleidsaanpak van maatschappelijke problemen op een stadsregionaal niveau in kaart te brengen. Daarbij worden verschillende invalshoeken gebruikt (vanuit netwerkperspectief, vanuit bestuurlijk/juridisch perspectief, en met aandacht voor financiering en fiscaliteit), zonder voorafnames.

         Vakgroep Publieke Governance, Management en Financiën (UGent)

         Prof. Dr. Filip De Rynck (UGent), Prof. Dr. Joris Voets (UGent), Pieterjan Schraepen (UGent) & David Vos (UGent)