ONDERZOEKSLIJN 1

TOEKOMSTVERKENNINGEN. HOE OMGAAN MET DISRUPTIES?

De onderzoekslijn rond toekomstverkenningen, disruptieve ontwikkelen en transities draagt bij aan de strategische capaciteit om nieuwe ontwikkelingen te detecteren en noodzakelijke transities beleidsmatig te vertalen, onder meer door een evaluatiemethodiek op systeemniveau te ontwikkelen en ook de inpassing van gedragsmatige inzichten in het beleid te versterken. Daarnaast versterkt deze onderzoekslijn de capaciteit van de overheid om aan goed transitiemanagement te doen door onder meer inzicht te scheppen over het management en opschaling van experimenten in dergelijke transitietrajecten.

ONDERZOEKSLIJN 1
Toekomstverkenningen. Hoe omgaan met disrupties?
THEMA 1
Transities en nudging voor een duurzaam Vlaams overheidsbeleid
PROJECT 2
Onderzoek naar de rol van disruptieve veranderingen voor transities en hun aansturing
PROJECT 3
Overheden in Vlaanderen in beeld
THEMA 2
Ondersteuning van algemene omgevingsanalyse en agendabepaling voor nieuwe legislatuur
PROJECT 1
Een verkennend kader voor de toepassing van gedragsinzichten in beleid

PROJECT 1:

EEN VERKENNEND KADER VOOR DE TOEPASSING VAN GEDRAGSINZICHTEN IN BELEID

Dit project wordt uitgevoerd aan het KU Leuven Instituut voor de Overheid.

 

Gelijktijdig met het werk van het SBV programma 2016-2017 werd het DKB ‘Team Gedragsinzichten’ opgestart om gedragskennis binnen de Vlaamse overheid op een duurzame wijze in de beleidsvorming te verankeren. Eén van de taken van het team is om de aanwezige interne kennis en ervaring binnen de Vlaamse administratie maximaal te bundelen, in samenwerking met gedragswetenschappers uit de academische wereld.


Het SBV deelproject ‘Matrix voor gedragsinzichten’ tijdens de periode 2016-2017 vormde hier al een eerste luik van. Het onderzoeksteam stelde een matrix op met gedragsinterventies in binnen- en buitenland. Daarnaast schetste de matrix een beeld van wetenschappelijke onderzoekers in België en Nederland die gedragsinzichten in hun werk integreren. In de periode 2017-2018 werd de focus verlegd naar experimentele en empirische componenten van gedragsinzichten. Binnen de evidence based policy making agenda ontwikkelden we een methodologisch en ethisch kader voor het gebruik van Randomised Controlled Trials (RCT’s).


In de periode 2018-2019 werd in samenwerking met het KU Leuven Instituut voor de Overheid een tweedaagse opleiding rond de toepassing van gedragsinzichten in beleid georganiseerd voor ambtenaren en beleidsmakers van alle overheidsniveaus. Deze opleiding bestond uit een algemeen theoretisch kader, gastlezingen en een praktijkgerichte sessie met de gedragsverkenner, de interactieve werkvorm die door het DKB ‘Team Gedragsinzichten’ werd ontwikkeld.


De verschillende onderzoeksactiviteiten werden geïntegreerd in het syntheserapport “Een verkennend kader voor de toepassing van gedragsinzichten in beleid”. Dit rapport bekijkt de opkomst van gedragsinzichten en nudging vanuit een narratief, bestuurskundig, kritisch en praktijkgericht perspectief. Verder biedt het rapport een stand van zaken van het Vlaamse landschap. Het is opgevat als een algemeen theoretisch kader ter ondersteuning van de gedragsverkenner. Niet alleen in naam, maar ook in methode en doel wil dit verkennend kader voor gedragsverandering complementair zijn aan de gedragsverkenner.

         KU Leuven Instituut voor de Overheid

         Prof. Dr. Marleen Brans (KU Leuven), Dr. Pieter Raymaekers (KU Leuven) & Ellen Fobé (KU Leuven)

PROJECT 2:

ONDERZOEK NAAR DE ROL VAN DISRUPTIEVE VERANDERINGEN VOOR TRANSITIES EN HUN AANSTURING

De jaarplanning 2020 bouwt verder op het onderzoek dat onder het programma van 2019 werd opgestart en beoogt in dit kader een verdiepende analyse uit te werken. Het overkoepelende onderzoekskader voor zowel 2019 als 2020 vertrekt vanuit de vraag naar de verhouding tussen verwachtte maar moeilijk in te schatten ‘disruptieve verandering’ of ‘disrupties’ enerzijds, en de vooropgestelde transities voor Vlaanderen zoals toegelicht in de Visie 2050 anderzijds. Dit leidde tot de vraag naar wat transitieprocessen kunnen leren van ideeën rond disruptie. Clayton Christensen’s theorie van disruptieve innovatie (1997, 2015) wordt daarbij als vertrekpunt genomen. We spitsen ons vervolgens toe op de groeiende interesse in businessmodellen die zich richten op product-dienstcombinaties. Deze worden nadrukkelijk in verband gebracht met het bewerkstelligen van een meer circulaire economie. Deze businessmodellen vormen nu nog een niche, een doorbraak zou echter disruptief kunnen zijn.


Het empirische luik voor het programma voor 2019 vertrekt vanuit de vraag naar hoe de niche van product-dienstcombinaties zich in Vlaanderen ontwikkelt en hoe ze zou kunnen opschalen. Interviews met een brede selectie actoren uit zowel de ‘business-to-business’- als ‘business-to-consumer’-context zullen daarbij het speerpunt vormen voor een TIS-analyse van beide groepen. Naast een beschrijving van de niche, gaat het om een analyse die de functies in kaart brengt die een niche moet vervullen om te kunnen groeien. Deze analyse vormt – samen met literatuuronderzoek – de basis voor de vraag naar de rol die de Vlaamse overheid kan spelen voor product-dienstcombinaties. Het programma voor 2020 bouwt verder op dit onderzoekstraject door zowel een case uit de B2B als de B2C context in de diepte te gaan analyseren.

         Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (UGent)

         Prof. Dr. Thomas Block (UGent), Prof. Dr. Erik Paredis (UGent) & Jonas van Gaubergen (UGent)

PROJECT 3:

OVERHEDEN IN VLAANDEREN IN BEELD

Vertrekkende vanuit de huidige beleidsmatige en bestuurlijke uitdagingen voor de Vlaamse overheid (cf. Visie 2050, andere omgevingsanalyses, …) heeft dit project een analyse gemaakt van de activiteiten en resultaten op het gebied van een reeks kernthema’s. Naar analogie met de OESO-publicaties “Government at a Glance” resulteerde deze analyse in een synthese van statistieken, tijdreeksen, benchmarks, casussen, enz. van besturen in Vlaanderen. Naast de Vlaamse overheid, werden ook lokale besturen waar mogelijk geïntegreerd in het overzicht. Dit leidde vervolgens tot een inhoudelijk werkstuk met richtinggevende analyses, kritische reflecties en concrete voorstellen bij actuele beleids- en bestuursuitdagingen. Alles samengenomen had het eindrapport van dit project ook het doel om als verwijzingsbron gebruikt te kunnen worden ter onderbouwing van hervormingsstrategieën of nieuwe beleidsinitiatieven. Het beleid kan hiermee dan ook aan de slag gaan in het kader van beleidskeuzes, volgende regeerakkoorden, enz. Bovendien kan een dergelijk rapport de zichtbaarheid van de Vlaamse overheid ten goede komen en de communicatie naar de buitenwereld stimuleren. Op die manier wil het SBV met dit project “Overheden in Vlaanderen in Beeld” dan ook een complementaire bijdrage leveren aan de initiatieven die momenteel al lopen (vb. groenboek bestuur).

         Samenwerking tussen onderzoeksinstellingen SBV-consortium: KU Leuven, UAntwerpen, UGent & UHasselt.

         Algemene coördinatie: Prof. Dr. Geert Bouckaert (KU Leuven)